Het is 00.36 uur. Voor de zoveelste keer die nog maar net begonnen nacht, hoor ik iets in het stapelbed bonken. Aan het geluid van schuivende lakens hoor ik dat Mads zich verplaatst in z’n bed. Jesse hoor ik mompelen. Z’n drinkbeker water die steevast als knuffel mee naar bed gaat valt met een doffe plof op de vloerbedekking. ‘Beker niet bij,’ hoor ik hem zachtjes, slaperig zeggen.

Voor de vierde keer sta ik op en loop ik naar de kamer naast ons. Onderweg vraag ik me weemoedig af hoeveel uren ik vannacht mag slapen. En verbaas ik me er voor de honderduizendste keer over dat ik met jaren weinig slaap eigenlijk toch nog redelijk functioneer.

Het nachtlampje in de kamer van de jongens geeft een zwak licht. Het zorgt ervoor dat ik precies kan zien waar ik loop. Ik kijk in het stapelbed. Onderin ligt onze jongste rommelaar. Ik zet z’n drinkbeker geruisloos op een tactische plek terug. Die valt er niet nog een keer uit.

Bovenin het bed ligt de oudste op z’n katoenen laken. Iets klopt er niet. Z’n voeten wrijven over elkaar op z’n kussen. Z’n armen vind ik een stuk verderop boven z’n hoofd richting het voeteneinde.

Vanaf een afstandje aanschouw ik de inhoud van het stapelbed. De hittegolf maakt het warm op deze kamer. Geen wonder dat ze onrustig slapen. Maar wat zijn ze prachtig. Lief. En wat worden ze groot. Door mijn hoofd gaan de fijne momenten van vandaag. De kleine aaitjes die Jesse steeds geeft over mijn buik. De onderzoekende vragen die Mads stelt. Het gelach van het samen spelen. Tuurlijk hoor ik ook de ruzies en het getouwtrek om elkaars speelgoed. Hoe wild en dwars ze overdag ook kunnen zijn, het lijkt of ik op deze momenten al het moois, wilds en bijzonders dat ze bij zich dragen extra goed kan zien. In de rust, puur zoals ze zijn. Perfect.

Heel even blijf ik nog staan. Met een lach op mijn gezicht en een hart vol liefde kijk ik naar ze. Ik ben een gezegend mens, denk ik terwijl ik hopelijk voor de laatste keer terugloop naar m’n bed. Zodra ik ben gaan liggen en mijn ogen sluit, begint er in mijn buik een nieuwe nachtbraker te rommelen. Ik leg mijn warme hand op de plek waar onze dochter zich laat vinden. Dag klein meisje, fluister ik.

Het rommelt en stommelt in de kamer naast ons en in mijn buik. Kan ik goed tegen gebroken nachten? Nee. Eigenlijk word ik er alleen maar superchagrijnig van, wordt mijn lontje korter en daalt mijn denkniveau een aantal IQ’s. Voorlopig is het ook nog niet over, met een baby op komst. Maar hoe gek het ook klinkt, ik doe ook echt m’n best van dit soort momenten te genieten. Dat lukt gelukkig ook weleens. Want klein zijn ze maar even en groot komt al snel genoeg. Dan kan ik misschien wel weer doorslapen (oh wat kijk ik daarnaar uit!), maar stiekem naar ze kijken en zien hoe mooi ze op die momenten eigenlijk zijn zit er dan echt niet meer in.

 

Daniëlle Koudijs

| Oprichtster van Power to the Mama’s | Moeder van twee | Getrouwd met Jos | Liefhebber van dure Italiaanse wijn | Ondernemend | Houdt van schrijven en aanbidden |

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)

Het is gelukt! Check nog wel even je spambox. Dikke kans dat je daar de bevestiging vindt. Nog wel even lezen voordat je hem wist. ;-)