Het is 6.00 uur op maandagochtend en ik ben klaarwakker. Ik lig namelijk al een uur te luisteren naar het gekibbel dat een verdieping hoger gaande is. Voor de vierde dag op rij hebben onze oudste twee elkaar wakker gemaakt en zijn ze elkaar in de haren gevlogen. ‘Jij mag niet in mijn kamer komen,’ hoor ik, gevolgd door: ‘Jij mag mij niet wakker maken. Ik vind je stom!’

Gezellig de dag starten is anders. Ik stap uit bed, klaar om een stokje te steken voor dit geruzie. Met elke stap die ik zet, voel ik mijn boosheid toenemen. Dertien traptreden verder heb ik mijn frustratie en ongenoegen niet meer onder controle en schreeuw ik: ‘Wie nu zijn kop niet houdt, heeft een probleem!’

Voor ik het doorheb, heb ik de woorden eruit gegooid. Effect hebben ze: de kinderen zijn direct stil en lopen naar hun eigen kamers. Stampvoetend loop ik naar beneden en kruip weer in bed. Maar de slaap kan ik niet meer vatten. Ik ben te boos.

Hoe durven ze mijn nacht zo te verpesten? Hoe kunnen ze op dit tijdstip zo tegen elkaar tekeergaan? Waarom slapen ze niet gewoon uit? Frustrerende gedachten en vragen buitelen over elkaar heen. En dan komen de vragen over mezelf. Waarom verloor ik mijn geduld? Waarom geef ik mijn kids zo’n slecht voorbeeld?

Na 10 minuten piekeren, hoor ik boven de ruzie opnieuw oplaaien. Nu mijn woede nog niet gezakt is, is het enige wat ik kan denken: Ik. Wil. Dat. Dit. Stopt. Met alle boosheid nog in mijn lijf wil ik weer naar boven stampen. Maar bij de eerste tree besef ik: dit kan anders. Mijn uitbarsting van zonet hielp niet. Bij de derde tree bedenk ik me dat ík de ouder ben en het voorbeeld moet zijn. Bij de negende tree wil ik liever toch nog een keer schreeuwen dat ik voor 7.00 uur niemand wil horen. Maar bij de dertiende tree besluit ik iets anders.

‘Kom lieverd,’ maan ik de één. ‘We gaan samen even in jouw bed liggen om te kijken of je nog kunt slapen. Ik zie dat je nog moe bent.’ De oudste spoor ik met vriendelijke woorden aan nog even te gaan liggen en de jongste laat zich meevoeren. In zijn bed ontstaat een mooi gesprek. ‘Mam, jij vindt het echt niet fijn als we zo vroeg wakker worden, hè?’ Ik geef toe dat dat zo is. Ik leg ook uit dat ik het niet leuk vind daar boos om te moeten worden. ‘Mam, dank je wel dat je bij me ligt,’ hoor ik ineens. ‘Morgen zal ik mijn best doen om niet te vroeg wakker te worden.’

Ik voel mijn boosheid wegebben. Er komt liefde voor in de plaats. Ik blijf naast hem liggen en even later valt hij in slaap. Mijn kinderen liefde geven op het moment dat ik me verschrikkelijke boos voel, is niet makkelijk. Maar het is wel een keuze die ik heb. En in dit geval vind ik het geen enkel probleem dat het resultaat van die keuze slaapverwekkend is.

 

Deze column komt uit het #Powerbook ‘In verbinding’. Het #Powerbook is een boek met eerlijke columns over het moederschap, inspirerende artikelen over opvoeden en relaties, plus input voor je geloofsleven. Het komt twee keer per jaar uit. Het #Powerbook ‘In verbinding’ is nu nog te koop via de webshop, dus klik snel op de button hieronder als je meer van dit soort fijns wilt lezen!

Schaf het #Powerbook In verbinding nu aan!

Op voorraad

Tof dat je er bent!

Elke maandag bemoediging, inspiratie en een overzicht van de laatste blogs ontvangen?

 

Schrijf je in voor de Monday Maildate! 

 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal 5 keer per maand onze Monday Maildate en Maildate Special. Superleuk! Mocht je de mails toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je altijd uitschrijven.