Daar lig ik dan, in een soort nog niet eerder ontdekte yogahouding naast het bed van mijn vijfjarige, half over haar heen. Zelf in slaap vallen lukt haar de laatste tijd niet. Ik moet erbij blijven (of papa), haar vasthouden en wachten tot haar ademhaling langzaam rustig wordt en haar hartslag laag genoeg is om voorzichtig los te kunnen laten. Te vroeg loslaten betekent paniek: “Maar je moet me toch niet alleen laten?!” 

Zodra ik mijn ogen sluit, ben ik terug in het ziekenhuis waar ze de eerste maanden van haar leven doorbracht. Veel te vroeg en veel te klein kwam ze ter wereld. Alles op zijn kop: bevallen voordat ik met verlof was, loslaten voor ik vast kon houden. In de OK, waar ze net met keizersnee ter wereld was gekomen, liet de arts haar nog even aan mij zien voordat ze werd meegenomen naar de afdeling neonatologie. Ik durfde niet te zeggen dat ik eigenlijk bijna niks zag – wie denkt eraan om een bril mee te nemen naar een spoedoperatie? De eerste dagen mochten we haar door de raampjes van de couveuse voorzichtig aanraken. Pas na een dag of vier kon ze er lang genoeg uit om vastgehouden te worden.  

Loslaten en vasthouden blijken de thema’s van de maanden en jaren erna. Elke ouder van een prematuur herkent waarschijnlijk het riedeltje over het belang van hechting. Dus als er maar een beetje mogelijkheid is, word je aan het buidelen gezet. In theorie is dat heerlijk knuffelen met je pasgeboren baby, huid-op-huid, genieten van een intiem moment samen. In de praktijk betekent het een heleboel geklooi met draadjes en slangetjes, gesleep met kamerschermen die voor zogenaamde privacy moeten zorgen, en proberen niet afgeleid te raken door het gepiep van de monitor. Uren heb ik zo gezeten. Steeds beter leerde ik toch maar te ontspannen, te genieten van het moment in die allesbehalve natuurlijke omstandigheden. Steeds weer kwam ook het loslaten. Haar letterlijk teruggeven aan de witte jassen.  

Ontelbare keren hebben we moeten loslaten. Soms in het groot, door haar in een ziekenhuis achter te laten, door een ambulance uit te zwaaien en zelfs een keer door bijna afscheid voor altijd te nemen. Vasthouden deden we als er weer een nieuwe voedingssonde geplaatst moest worden, als we naast haar bed zaten en niet veel anders konden dan een paar handen op haar kleine lijfje leggen. Handen die zeggen: “Ik ben er, ik troost je.” 

Hoe groter ze wordt, hoe minder ze zich laat vasthouden. Dat is goed en gezond. In heel veel opzichten is ze een gewone kleuter die van de hoge glijbaan durft en van alles wel ‘zelluf’ kan. Bij het naar school gaan kan er net een snelle knuffel vanaf, en op schoot zitten lukt alleen als ze heel moe naar Sesamstraat kijkt. Behalve dus bij het naar bed gaan. Het voelt bijna als inhalen van verloren tijd. Ze zoekt naar houvast. Ook al heeft ze geen bewuste herinneringen aan haar hobbelige start, haar lijfje draagt de sporen met zich mee. Dus blijf ik bij haar. Ze zoekt rust in mijn aanwezigheid en ik kan niet anders dan zelf langzaam in- en uitademen en verstillen.  

Wanneer ben je eigenlijk prematuur af? Aan de buitenkant is niets meer te zien, behalve misschien haar kleine postuur en nog steeds die voedingssonde. Aan de binnenkant zitten meer littekens. Ik lig naast haar en voel weer even de pijn. Ik kan de geschiedenis niet uitwissen. Wat we wel hebben, is nu. We hebben liefde. Er is aanwezigheid. Langzaam voel ik dat ze in slaap valt. Ik denk dat ik ook nog maar even blijf liggen.  

Foto: privé archief. Credits: Rachel Barehl

 

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.