De beelden beangstigen me. De verhalen nog veel meer. Ik word heen en weer geslingerd tussen alle verhalen en meningen. “We hebben geen last van het coronavirus, maar van een paniek-virus,” klinkt het. Vijf minuten later lees ik een dringende oproep van een Belgische arts, die ons waarschuwt de situatie niet te onderschatten.

Ondertussen wacht ik op wat komen gaat. Soms met nuchtere moed, soms met apocalyptische beelden in mijn hoofd. Angst heeft wortel geschoten in mijn hart. De onzekerheid, het gevoel dat ik mijn kalme leven niet langer onder controle heb. Ons vrije, welvarende land is geen veilige thuishaven meer. Dat maakt me bang.

Tegelijk wordt van me gevraagd me aan te passen aan een compleet nieuwe werkelijkheid. Met ons energieke gezin thuis. Terwijl ik het normaal gesproken zo nodig heb om af en toe alleen te zijn. Werk dat doorgaat, maar in een heel andere vorm. Kinderen die anders en intensiever aandacht nodig hebben. Op de lange termijn heb ik twijfels over de toekomst. Alle plannen die we hadden, gebaseerd op onze goede economie en vast inkomen: kunnen ze eigenlijk nog wel doorgaan?

Terwijl ik dit schrijf, schaam ik me.

Ik denk aan de vrouw met een chronische ziekte, die veiligheid zoekt in een gebied dat tot nu toe nog geen besmettingen heeft. Aan mijn lieve, moedige zussen, die werken in de zorg. Zij spreken over mondkapjes, aantallen ziekenhuisbedden en mogelijk straks palliatieve zorg voor mensen die het virus niet gaan verslaan. Ik denk aan vrouwen met een zieke man of een ziek kind. Voor wie alle risico’s zoveel dichterbij komen dan voor mij. Een zwangere vriendin krijgt binnenkort een baby in een ziekenhuis. Zonder kraambezoek.

Elke dag probeer ik me te midden van dit alles te focussen op het goede. Te genieten van onderwijs aan mijn enthousiaste zoon, die dol is op alles wat de wereld hem kan leren. Op openlucht thee-dates en wandelingen met anderhalve meter afstand met de liefste buurvrouw van de wereld. Op de extra knuffel van mijn lieve, geduldige man. Want hé, als hij op kantoor was geweest, had ik die mooi niet gekregen om twee uur ’s middags.

En ondertussen? Ondertussen bid ik. En zing ik. Want dat helpt.

“Ik zie uit naar de Heer. Mijn ziel ziet uit naar Hem en verlangt naar Zijn woord. Wij verwachten vol verlangen de Heer. Hij is onze hulp en ons schild. Mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters uitzien naar de morgen.”

Die morgen, wat verlang ik daarnaar. De morgen waarop we angst los kunnen laten. De morgen waarop we het leven en elkaar weer kunnen omarmen. Tot die tijd blijf ik wachten en weet ik dat ik niet alleen ben.

“Want om Hem is ons hart verblijd, op Zijn heilige Naam vertrouwen wij!”

Tekst: Opwekking 780 – Verwachten

 

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.