‘Laten we de dokterswacht nu toch maar bellen. Die koorts duurt me te lang.’ Het is zaterdagochtend vroeg en onze baby heeft al een aantal dagen flinke koorts. Ik zie het niet zitten om dit nog een weekend aan te kijken. Als we de vragenlijst met de medewerker aan de telefoon hebben doorlopen, mogen we ons 40 minuten later melden. 

Ik schiet mijn kleren aan zonder te douchen. ‘Succes en veel plezier met voetballen!’, zeg ik mijn man en 10-jarige. Met een droge boterham in mijn mond start ik de auto en rijd ik iets te snel naar het ziekenhuis waar de huisartsenpost is gevestigd. Met klotsende oksels en een veel te zware Maxi-Cosi en luiertas stap ik de wachtkamer binnen. Kak, mondkapje vergeten. Dat moet hier nou nog net wel op. Twee minuten later stapt een seniorenstel de ruimte binnen. ‘Is ze van juli?’, vraagt de man geïnteresseerd. Ik begrijp hem niet goed. ‘Ehh… ja, het is onze dochter, ja’, antwoord ik lichtelijk geïrriteerd. Het lijkt me nogal wiedes dat ik met mijn eigen dochter de huisarts bezoek. Ik heb helemaal geen zin in een gesprek op deze vroege ochtend na een serie slapeloze nachten. Bovendien zie ik er met mijn vette haar en make-uploze snoet voor mijn gevoel uit als een verdwaasde zeemeeuw. ‘Onze kleindochter is eind juli geboren’, verduidelijkt een trotse oma. 

Nu snap ik wat ze bedoelt. ‘Zij is van eind juni, maar ze is nog niet zo groot’, antwoord ik. Na een paar minuten weet het echtpaar door hun oprechte belangstelling dat het niet mijn eerste is, dat een gezin met vier dochters soms best aanpoten is en dat onze vierde een onverwacht, maar meer dan welkom cadeau is. Bij de huisarts blijkt de koorts een normaal griepvirus en nadat ik mijn oudste geappt heb dat ik foundation voor haar haal en zij zich moet douchen, rijd ik huiswaarts. Met opnieuw een veel te zware Maxi-Cosi manoeuvreer ik me door de Kruidvat en reken de benodigde producten af. De babyvoeding sneuvelt al voordat ik in de auto zit en de wortelpuree druipt langs het karton op de vloer van de auto. Jakkes, dat kan direct de container in. 

Thuis zet ik de blender aan voor de fruithap en zet een kopje onder het espressoapparaat. Terwijl ik de perenpuree bij mijn baby naar binnen lepel en nip van mijn koffie, coach ik de puber met het maken van een überstrakke paardenstaart. Over een uur wordt ze opgehaald voor haar danswedstrijd. Ik plamuur haar gezicht met een dikke laag en druk vervolgens haar wedstrijdoutfit onder de kraan, omdat ik een paar vlekken foundation heb gelekt. 

‘Wil jij even oppassen en straks de oven aanzetten voor de afbakbroodjes, dan ga ik nog even snel boodschappen doen’, vraag ik vervolgens en na een ‘is goed, mam’ ga ik met mijn dochter van 7 richting supermarkt. Met een kar vol bij de kassa, krijgt mijn dochter zomaar van drie wildvreemde dames een flinke voorraad stickers voor de ‘Boerderijmini’s’. Glunderend bedankt ze de vrouwen. Ik raak ontroerd van dit lieve kleine gebaar dat voor mijn meisje zo’n gulle gift betekent. 

Eenmaal thuis duw ik de afbakbroodjes veel te gehaast de oven in. Au! Ik brand me en er verschijnt een flinke brandblaar van zo’n 7 centimeter op mijn pols. In een ogenblik wil ik doorgaan met het dekken van de tafel, maar ik bedenk me net op tijd dat mijn pols even belangrijker is. Terwijl ik de brandwond koel onder de kraan, geef ik mijn dochters opdracht de tafel te dekken en de baby een boterham te geven. Tien minuten later zeg ik mijn puber gedag en hap van mijn afbakbroodje, terwijl ik de pijn verbijt.

Als mijn man en voetballende dochter thuiskomen, wisselen we een paar woorden en neem ik de 10- en 7-jarige mee naar de danswedstrijd. Enthousiast zie ik mijn dochter van 10 en haar team de sterren van de hemel dansen. Ze pakken de eerste prijs en promoveren naar een hogere klasse. ‘Gefeliciteerd met je dochter! Wat hebben ze fantastisch gedanst!’, klinkt het naast me. Ik kijk in het vriendelijke gezicht van een moeder die haar dochter van een ander team uit dezelfde categorie aanmoedigde. Ze feliciteert me oprecht.

’s Avonds lig ik uitgestrekt op de bank. Ik laat de afgelopen dag even de revue passeren. Wat een dag! Zulke dagen moet ik niet te vaak hebben. Langzaam komen de gesprekken en lieve gebaren van die paar wildvreemde voorbijgangers bovendrijven en ze blijven hangen. Ze zijn als pareltjes die de dag in alle hectiek een gouden randje gaven. Ik moet denken aan de volgende tekst uit de Bijbel:

‘Vriendelijke woorden zijn als honing voor de ziel en als medicijn voor het lichaam.’ Spreuken 16:24

Ik ga bij mezelf te rade. Hoe vaak ben ik bewust vriendelijk tegen een vreemde? Dat kan ik best wat vaker doen. Het kost mij niks, maar kan voor een ander een gouden pareltje zijn. Snel verdiend! 

Tof dat je er bent!

Elke maandag bemoediging, inspiratie en een overzicht van de laatste blogs ontvangen?

 

Schrijf je in voor de Monday Maildate! 

 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal 5 keer per maand onze Monday Maildate en Maildate Special. Superleuk! Mocht je de mails toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je altijd uitschrijven.