Op van alles was ik voorbereid. Dat wil zeggen: zo voorbereid als je met zes maanden zwangerschap kunt zijn. Er was een naam bedacht, een kinderwagen gekocht en de kleuren van de babykamer waren uitgezocht. Ook al bleef ik misselijk en moe, ik begon voorzichtig te dromen over een klein roze wolkje, een kraamtijd met beschuit-met-muisjes en een heleboel getut en geknuffel.

Dat het heus niet allemaal rozengeur en maneschijn zou zijn, wist ik ook wel. Ik had al genoeg mama’s om me heen gezien die het echt niet makkelijk hadden. De slapeloze nachten, onzekerheid over álles, herstellen van de bevalling: allemaal niet echt een pretje. Maar op één ding had ik niet gerekend: het compleet ontbreken van welke kraamtijd dan ook.

Want na die zes maanden zwangerschap kwam ineens alles in een stroomversnelling. Werd ik van de ene op de andere dag hartstikke ziek en was ik na een heftige spoedkeizersnee met 27 weken zwangerschap ineens moeder. Oorzaak? Het HELLP-syndroom. Baby en ik hadden allebei ternauwernood de hele toestand overleefd, en terwijl zij op de neonatologie-intensive care lag, had ik een klein kamertje aan de andere kant van het ziekenhuis.

Er werd door een verpleegkundige een kolfapparaat naar binnen geslingerd: ‘Hier, kijk maar of het al een beetje wil lukken.’ Beschuit met muisjes was nergens te bekennen. Wat heb ik het die eerste dagen vreemd gevonden. Mensen feliciteerden me voorzichtig, maar tegelijkertijd durfde ik bijna niet hardop te zeggen dat ik echt een baby had. Zo bang was ik dat ik haar zou verliezen, en dat ik alsnog afscheid zou moeten nemen.

Na zeven dagen mocht ik weg uit het ziekenhuis. De kraamtijd alweer bijna voorbij. Ik trok met mijn man in bij het Ronald McDonald Huis om de hoek. Babylief zou – dat wisten we toen nog niet – nog maanden in verschillende ziekenhuizen verblijven. Toen ze eindelijk voor het eerst ‘echt’ naar huis mocht, voelde dat zo onwerkelijk! Iemand had stiekem slingers opgehangen in ons huis, en een mand vol cadeautjes neergezet.

Na vierenhalve maand aten we eindelijk onze beschuitjes. Ook al had ons kleine meisje nog veel extra zorg nodig, stapje voor stapje leerden we te genieten. Inmiddels is het bijna 4 jaar later en groeit er weer een hummeltje in mijn buik. We durfden het aan en we hebben hoop voor de toekomst.

Echt romantisch is mijn beeld van zwangerschap, bevallen en kraamtijd niet meer. Dat is ook niet zo gek denk ik. Maar wie weet, misschien gaat alles gewoon goed! Misschien loop ik over een paar maanden wel te zuchten en te steunen dat mijn buik zo dik is, dat die baby nou ein-de-lijk wel mag komen.

Ik kijk uit naar zelf mijn baby vasthouden, zelf voeden, ’s nachts wakker worden van gehuil – in mijn eigen huis. Zelfs een heel klein beetje naar beschuitkruimels en verdwaalde roze of blauwe muisjes in bed. Ik ben niet onbevangen, en soms een beetje bang. De wolk hoeft niet roze te zijn, maar in plaats van donder en bliksem gewoon een beetje zacht en pluizig.

Dat zou ik al heel fijn vinden.

 

Deze column komt uit het Kraamjournal , een uniek invulboek voor kersverse moeders over de kraamtijd. Twaalf weken lang lees je inspirerende en herkenbare verhalen van mama’s, vink je grappige checklists af en krijg je waardevolle tips van professionals. Ook is er elke week een moment van bezinning, waardoor je wordt gestimuleerd dicht bij God te blijven. Telkens is de informatie afgestemd op de kraamweek waarin je zit. Het Kraamjournal is verkrijgbaar in de webshop en te koop bij de christelijke boekhandel.

 

YES! Als je jouw e-mail achterlaat*, krijg je een gratis e-book met een reflectie tool waarmee 2021 lekker kan beginnen!

*Je geeft ons toestemming maximaal drie keer per maand een Update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. Uitschrijven kan altijd. 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal drie keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je de Updates toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.