Het gevolg van langdurige blootstelling aan warmte, gecombineerd met de juiste brandstof en voldoende zuurstof is een lekker vuurtje. Welke vrouw associeert dat nou niet met een romantisch beeld: zittend bij een kampvuur, buiten, omringd door geliefden, een gevuld glas in haar hand en een plankje met de broodnodige lekkernijen binnen handbereik.

Afgelopen zondag werd ik tijdens de kerkdienst stilgezet bij het beeld van een ander soort vuur. Het beeld was treffend en zette me aan het denken. Het vuur ontspringt in een verdorde struik. Niet gek als je bedenkt dat die middenin een woestijn staat waar warmte en zuurstof in overvloed zijn. Mozes kijkt er ook niet van op. In eerste instantie tenminste.

Toch wordt zijn aandacht door God naar het brandende struikje gebracht. Wat hij ziet is iets wat eigenlijk niet mogelijk is: het struikje brandt wel maar verteert niet. God wil hem duidelijk maken dat hem een taak te wachten staat die er niet om liegt. Dat wat hem te doen staat er niet op gericht is hem te verteren, maar juist sterker te maken.

Mozes kreeg uiteindelijk met het volk Israël tachtig jaar verdrukking te verduren.

Ik liep de kerk weer uit met een hoofd vol vragen. Heel leuk zo’n brandend struikje maar toen wist Mozes nog niet dat er nog tachtig jaar geduld voor nodig was voordat hij zou worden verlost van de onderdrukking en de tocht door de woestijn. Tachtig jaar! Nu is geduld hebben zeg maar niet echt mijn ding. Ik ben van het doen. Niet afwachten maar gaan. Spijkers met koppen. En dat niet zonder na te denken hoor. Nee allemaal heel verantwoord en weloverwogen. Nou ja, meestal dan.

Maar nu sta ik zelf in brand. Ik lette even niet op, en de vlammen bereikten ongekende hoogten. Geen smeulend vuurtje, geen gezellig haardje met glaasjes wijn of heerlijke hapjes en nog beter gezelschap. Gewoon het echte werk zeg maar. Dat is wat kanker met je doet. Wat begon als een heel onschuldig smeulend hoopje waarvan ik dacht dat het geen kwaad kon, is nu een ziekte die me de komende jaren in zijn onvoorspelbare vaste greep houdt.

Wat ik was vergeten is dat ik midden in de woestijn sta. Het is hier nogal heet. Ik wil er daarom heel graag weg. Zo graag dat ik deed alsof ik niet in brand stond. Of ik gooide steeds een beetje water op het vuur. Dan was het voor even weer onder controle. Maar ik kan de brand niet blussen. En de brandweer is, voor zover ik weet, in de meeste woestijnen ook niet direct paraat.

Er staat me maar één ding te doen. Ik kan niet meer anders. Ik ga om Hemels bluswater vragen. Want niets blust zo goed als dat en het is ook nog eens altijd voorhanden. In welke woestijn ik me ook bevind. Nu maar hopen dat die tachtig jaar verdrukking niet voor mij geldt. Tachtig jaar is toch net iets te lang voor iemand met het geduld ter grootte van een pinda.

 

Foto: Pixabay

 

Christien Karssen
Christien is getrouwd met Martin en moeder van twee meisjes. Al ruim elf jaar werkt ze als verpleegkundige op de hartbewaking. Ze vindt haar passie in zingen en sinds kort ook in het schrijven. De reden daartoe heeft haar leven compleet op z’n kop gezet: in februari kreeg ze de diagnose borstkanker. Sindsdien deelt ze haar verhaal hier.

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.