Daar gaan we dan! De eerste Bijbelstudie van deze tweede challenge! Heb jij ook wel eens dat je je afvraagt of je wel écht goed bent in wat je doet? Of je wel op je plek zit? Of denk je wel eens: Heer, leuk dat U dit van mij vraagt… maar dit kan ik echt niet? Ik heb dat wel. Regelmatig stel ik mezelf die vragen met betrekking tot mijn werk, mijn taak als moeder en als founder van dit mooie platform.

Ik geloof dat iedereen talenten heeft gekregen. Ik geloof ook dat God je inzet op de juiste plekken, ook als je zelf denkt van niet. Dat wordt op meerdere plekken in de Bijbel bevestigd, dat lees je straks. Waar je gauw overheen leest, is dat het niet alleen maar aankomt op jouw harde werken of dat doen wat je leuk vindt. Is dat schrikken?

Leren van Mattheus
Laten we eerst eens kijken naar de gelijkenis van Jezus die wordt beschreven in Mattheus 25:14-31. Hij begint met: het Koninkrijk der Hemelen is als…. Je leest dat het in deze gelijkenis gaat over een heer die op reis ging en zijn dienaren een hoeveelheid talent toevertrouwt tot hij terugkomt. (‘De heer’ is in deze context een veel vermogende man met dienaren in dienst.) Je kan dit zien als God die ons veel waardevols heeft gegeven (Zijn genade en alles in ons) en ons dat hier toevertrouwt totdat Jezus terugkomt.

De oorspronkelijke betekenis van het woord talent is een munteenheid, iets van grote  waarde. De ene dienaar krijgt er vijf, de ander twee, de ander één. Daarbij staat een hele belangrijke zin: ieder naar wat hij aankon. Niemand werd overvraagd of hoefde harder te werken dan goed voor hem was. Wat mooi dat die heer daar rekening mee hield! Daar komen we straks op terug.

Als je het verhaal verder leest, dan lees je dat de dienaren die vijf en twee talent hadden gekregen, door het werk dat ze ermee deden talenten bij hadden verdiend. Door hun inspanningen, was de hoeveelheid verdubbeld. Toen hun heer terugkwam, konden ze dat vol blijdschap aan hem melden. Helaas gold dit niet voor de dienaar die één talent in beheer had gekregen. Hij had ervoor gekozen het te begraven in de grond. Het gevolg? Een teleurgestelde heer en een dienaar die buiten de hekken werd geplaatst.

Even samenvattend: als Jezus het hier dus heeft over dat het ‘in het Koninkrijk der Hemelen is als’ het in beheer hebben van iets waardevols dat je in handen hebt gekregen totdat Hij terugkomt, gaat het verder dan alleen dingen doen die je leuk vindt of waar je goed in bent.

Verantwoordelijkheid en vrijheid
Het is interessant om te kijken naar wat het verschil nou is tussen die drie dienaren. Wat hebben die eerste twee nou wat die derde niet heeft? Ik denk het volgende. De eerste twee dienaren voelen zich verantwoordelijk voor dat wat ze hebben gekregen, ieder naar hun eigen kunnen. Blijkbaar voelden zij ook de vrijheid en het vertrouwen om er wat mee te gaan doen, om ervoor te zorgen dat het meer werd. Ze wilden hem graag dienen. En hun heer was blij met de opbrengst die zij hadden gerealiseerd. Die derde dienaar voelde zich wel verantwoordelijk (hij verstopte het in de grond zodat hij het niet kon verliezen) maar was vervolgens bang om er iets mee te doen (Mattheus 25:24). Hij voelde geen vrijheid en vertrouwen om te gebruiken wat hij toevertrouwd had gekregen. Hij was voornamelijk bang, omdat hij wist dat zijn heer streng is. Hij wist door die angst niet wat hij ermee moest, dus deed hij niks.

Daar zit volgens mij het probleem. Wij hebben allemaal gaven en talenten gekregen waarmee we elkaar en de wereld kunnen dienen. Want ik geloof dat dát ook is waarvoor we ze moeten gebruiken: de wereld laten zien wie God is. Door te gaan staan in Zijn licht, kunnen wij licht zijn voor de wereld. We mogen uitdelen van het goud dat wij in handen hebben gekregen: Gods genade. We mogen uitdelen van Zijn Liefde, zodat meer en meer mensen dat mogen ontvangen.

De dienaar die zijn talent in de grond stopte, moet zich enorm rot gevoeld hebben. Hij had het waarschijnlijk anders bedacht. Hij zou waarschijnlijk ook wel in alle vrijheid willen schijnen voor zijn heer. Misschien vergeleek hij zich wel met die anderen. Zag hij dat zij floreerden in hun kunnen, dat ze er steeds beter in werden naarmate ze ermee aan de slag gingen. Misschien voelde hij zich mede daardoor wel niet goed genoeg.

Leren van Mozes
Dat doet me denken aan Mozes. Toen hij geroepen werd door God om Zijn volk te gaan leiden, voelde Mozes zich alles behalve competent. Toch was hij degene die uitgekozen werd. Lees Exodus 2:23 tot en met Exodus 4:17 maar eens.

“Maar wie ben ik?”

Het staat echt in Exodus 3:11. Het zijn de woorden van Mozes. Wie ben ik nou om Uw volk te leiden, zal Mozes gedacht hebben. Hij vond het maar niks. Vond zichzelf een slechte spreker. Had er alles behalve geloof voor. Hij zag het zichzelf niet doen. Een paar verzen verderop zien we de sleutel in dit verhaal:

“Ik zal er zijn”

staat er in Exodus 3:14 Je hoeft het dus niet zelf te doen, God gaat met je mee!

En Jeremia
Ook Jeremia had in eerste instantie weinig vertrouwen in de taak die God hem gaf. Toen God zei dat Hij Jeremia had uitgekozen nog voordat hij de buik van zijn moeder had verlaten, riep hij waarschijnlijk iets als “Nee Heer mijn God, dat kan ik niet! Ik ben te jong!” Maar God zei: “Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en ik zal je redden.” (Jeremia 1:5-8)

Hij gelooft in jou
Het is misschien een beetje een uitgekauwde zin in geloofsland. Maar bekijk het eens zo: als die dienaar had geloofd dat zijn heer hem zou steunen zoals God Mozes en Jeremia steunde, dat zijn heer écht geloof in hem zou hebben om wie hij was, zou hij dan anders gehandeld hebben? Zou hij dan geprobeerd hebben er iets van te maken en uit z’n comfort zone gestapt zijn? Ik kan me zo voorstellen dat die heer zich een beetje bedonderd voelde. Hij had hem immers een talent toevertrouwd! Niet omdat hij dacht dat hij er niks mee kon. Nee, juist ómdat hij geloofde dat hij er iets mee kon!

God heeft jou talent gegeven, omdat Hij gelooft dat je er iets mee kan. Misschien denk jij net als Mozes wel “Maar wie ben ik nou? Wie ben ik nou om die goede moeder te zijn voor mijn kinderen. Wie ben ik om mijn talent te gaan ontwikkelen? Dat kan ik niet!” I’ve got news for you: jij kan dat wel, met Hem. God gelooft in jou. 🙂

Geen streven in Gods Koninkrijk
Weet je, er is geen streven in Gods Koninkrijk. Ik ben niet beter dan jij, jij bent niet beter dan ik. Jij bent Zijn kind, net als ik. We zijn allemaal net zo waardevol. Laat je daarom niet afleiden door al die anderen, jij hebt een eigen taak en je eigen vaardigheden gekregen. Het aller-aller-allermooiste van God vind ik dat Hij ons precies kent. Hij heeft ons allemaal iets gegeven en Hij geeft ons niet meer dan dat we aankunnen. En pas als we er echt klaar voor zijn en Hij erin gelooft, dan geeft Hij ons misschien meer.

Talenten moet je ontwikkelen
Nee, het gaat niet helemaal vanzelf. Dat zie je goed. Mozes en Jeremia hebben misschien wel een paar keer bijna in hun broek geplast van de zenuwen toen zij de grote taak als leider en spreker op moesten pakken. Maar ze hadden het in zich en werden er beter in toen ze erin uitstapten. De twee dienaren met twee en vijf talenten, hebben zich voordat ze de handel startten misschien ook wel even achter hun oren gekrabt en zich afgevraagd: hoe gaan we dit precies doen? Maar: ze hebben werk gemaakt van dat wat ze hadden. En uiteindelijk kwamen ze terug met meer. Is dat vanzelf gegaan? Vast niet. Geen idee wat ze verhandeld hebben, maar er zal misschien ook wel een keer een niet al te best stuk hout of product bij gezeten hebben. Maar toch hebben ze doorgezet. Eén zekerheid: ook in die tijd bestonden er nog geen geldbomen en als dat wel zo zou zijn, dan hebben ze die ook moeten voorzien van voldoende voeding en licht. Hoe dan ook werk aan de winkel dus.

Hoe zit dat dan met die gaven?
God heeft je gaven en talenten geschonken. Wijsheid, overdragen van kennis en geloof zijn gaven van de Geest. Daarbij horen ook kracht om te genezen, om wonderen te doen, profeteren, klanktaal en het kunnen uitleggen van klanktaal. Je leest het in 1 Korintiers 12 en 1 Korintiërs 14 allemaal terug. In Romeinen 12:6-8 wordt het rijtje aangevuld met bijstand verlenen, troosten, leidinggeven, liefdadigheid. In Galaten 5:22 vind je de mooie opsommingen van de Vruchten van de Geest: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en vertrouwen, zachtmoedigheid en zelfbeheersing

Misschien bezit je voor je gevoel een paar van deze gaven en heb je van een aantal flink tekort. Bij mij is geduld met de kinderen bijvoorbeeld nogal eens een dingetje. Maar heb je er ooit bij stilgestaan dat vruchten moeten groeien? Je mag gaven en talenten gekregen hebben, maar ze moeten groeien. Het geduld voor mijn kinderen is ook gegroeid de afgelopen jaren, maar nog steeds is het een punt wat ik vaak meeneem in gebed.

Als je ergens talent voor hebt, gaat het je in eerste instantie misschien makkelijk af. Of je hebt er gewoon veel plezier in. Je mag er in ieder geval mee aan de slag om het verder te ontwikkelen zodat je het kunt gaan inzetten en er meer van kan maken. Zijn liefde biedt veiligheid, ruimte en vertrouwen genoeg om je te laten groeien. Vraag God wat je nodig hebt, laat je inspireren (maar niet ontmoedigen!) door anderen en betrek Hem bij je groeiproces!

Als je je talenten teruggeeft aan God, dan kan Hij er ook nog eens ontzettend mooie dingen mee gaan doen. Dan kun je voor Hem en Zijn Koninkrijk gaan werken, meer mensen vertellen van Zijn Liefde en zo de opbrengst vergroten zodat je op het moment dat Jezus terugkomt kunt zeggen: alstublieft heer, ik heb er meer van gemaakt.

Samengevat:

  • God heeft iedereen talenten gegeven
  • God wil jou gebruiken in Zijn Koninkrijk
  • Talenten mag je gaan ontdekken en ontwikkelen zodat de opbrengst groter wordt
  • Iedereen krijgt wat hij of zij aankan
  • Je talenten mag je gebruiken om elkaar te dienen en zo Gods genade door te geven
  • Hij zal er zijn, je hoeft het dus niet alleen te doen. Betrek Hem in gebed bij je proces
  • De gaven van de Geest heb je gekregen, maar de vruchten moeten nog groeien; bidden, oefenen, mensen om je heen verzamelen die je kunnen helpen groeien

Gebed:
Heer dank U wel dat U mij wilt gebruiken in Uw Koninkrijk. Heer wat is het eigenlijk bijzonder om te beseffen dat U mij dit toevertrouwt en mij hebt uitgekozen om mee te bouwen aan Uw Koninkrijk. Het is mijn verlangen (opnieuw) te ontdekken met welke talenten U mij gezegend hebt en op welke manier ik deze mag gaan gebruiken. Natuurlijk is het leuk en fijn om te doen waar ik goed in ben, maar Heer wilt U mij helpen ontdekken wat ik met mijn talenten kan doen om de mensen om mij heen meer van U te laten zien. Te beginnen in mijn gezin Heer. Wilt U mij laten zien in welke gaven en talenten ik nog mag groeien. Dank U Heer dat U met mij mee gaat op deze reis.

Fotocredits: JustJet Fotografie

Vond je deze Bijbelstudie fijn? Daar zijn we blij om! En we zijn er zuinig op. 🙂 Niets uit deze publicatie mag zonder toestemming worden gebruikt voor gedrukte of online media. Graag altijd even goed de bron vermelden als je aan dit stuk refereert. Alvast bedankt!

Voor wie het fijn vindt, hier een interessant filmpje van BEAM over geloven in je eigen talent!

 

Daniëlle Koudijs

| Oprichtster van Power to the Mama’s | Moeder van twee | Getrouwd met Jos | Liefhebber van dure Italiaanse wijn | Ondernemend | Houdt van schrijven en aanbidden |

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)

Het is gelukt! Check nog wel even je spambox. Dikke kans dat je daar de bevestiging vindt. Nog wel even lezen voordat je hem wist. ;-)