“Mama gaat naar het ziekenhuis, praten met de dokter.” Ik zie de ogen van mijn kleuter oplichten. “Mag papa weer naar huis?” Ik vertel haar dat ik dat hoop, maar niet zeker weet.

Vanwege het coronavirus mag niemand bij Alex op bezoek. En hoewel ik het waardeloos vind dat ik mijn lief al een paar dagen niet heb gezien, is het appje of ik die middag toch wil komen niet echt uitnodigend. Want die ochtend ging het niet goed met hem en ik voel de bui al hangen.

Voor de zoveelste keer rijd ik met vochtige ogen naar het ziekenhuis. Mijn rechterhand gaat naar de bijrijdersstoel, waar ik de Tony-reep vind die ik nog snel had mee gegrist.

Het gesprek met de longarts heeft als conclusie dat het genoeg is geweest. De enorm zware kuur van over twee weken, onze laatste strohalm, gaat in de ijskast. Alex is te zwak. “Ga maar naar huis, tijd doorbrengen met je gezin,” is het advies.

Het is begin van de avond als ik terugloop naar mijn auto. Het altijd drukke ziekenhuis is angstig leeg. Ik voel me precies zo.  Ik ontsmet mijn handen, vang de veelzeggende blik van de parkeergarage-bewaker op en zeg hem met een trillende stem gedag. De woorden van de longarts galmen nog ga.

Dit was het dan, denk ik, no more hospitals. En terwijl ik achter het stuur kruip, komen de tranen weer. Onderweg verdwijnt het laatste stukje Tony in mijn mond.

Als ik ons huis binnenkom, zijn de meisjes nog wakker. Kleine broer slaapt.

“En? Mag papa naar huis? Is hij beter?”
Mijn vijfjarige kijkt me verwachtingsvol aan.

Ineens besef ik wat me nu te doen staat. Iets waar ik al anderhalf jaar verschrikkelijk tegenop zie. Hoe vertel ik ze dat hun papa echt niet meer beter wordt? Een paar seconden voel ik paniek, maar dit is het moment. Een schietgebedje flitst naar boven: “Heer. Help.” Meteen gaat er een tekst door mijn hoofd.

Ik zal Zelf voor ze zorgen. Ezechiël 34:15 BB 

Ik haal diep adem en ga naast ze op de bank zitten. “Papa komt morgen naar huis. Maar hij is niet beter. Eigenlijk is hij heel ziek. En de dokter vertelde vanmiddag dat er nu ook geen medicijnen meer zijn die papa beter kunnen maken.”

“Gaat hij dan nu zeker weten sterven?” vraagt mijn oudste. Ik kan even niks anders dan knikken en voel de tranen weer komen. En zo zitten we samen een paar minuten op de bank. Drie stille, verdrietige meisjes.

“Mam, ik weet denk ik wel iets waar we minder verdrietig van worden,” zegt mijn achtjarige. Ik trek mijn wenkbrauwen op. “Chocola, mam. Daar zit een stofje in wat je gelukkig maakt.” Geen idee waar ze deze wijsheid vandaan heeft, maar ik dank God dat ze zich dit ineens herinnert. De bonbons worden gehaald. Vier oogjes drogen langzaam op naarmate er meer chocola naar binnen gaat. Er klinkt weer wat gegiechel en halfuurtje later liggen ze allebei lekker in hun bed.

Ik zit alleen op de bank en besluit de restjes bonbons op te eten. Ik denk aan mijn drie schatjes boven en weer zijn daar tranen. Maar dit keer zijn het chocoladetranen, van dankbaarheid en trots.  

YES! Als je jouw e-mail achterlaat*, krijg je een gratis e-book met een Squad e-Magazine én een Weekly Devotional. Die wil jij toch niet missen? :-)

*Je geeft ons toestemming maximaal drie keer per maand een Update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. Uitschrijven kan altijd. 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal drie keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je de Updates toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.