Zodra het graan rijp is, laat hij het maaien. Want dan is het tijd voor de oogst. Marcus 4: 29

“Ik wil het en ik wil het nu!”

Wie een peuter in huis heeft, herkent de essentie van bovenstaande zin waarschijnlijk wel. Peuters hebben weinig geduld en denken dat de wereld om hen draait. Die van mij in ieder geval wel. “Mama, ik wil nu drinken!” schreeuwt hij regelmatig het huis door. En o wee als ik even wacht met maken, dan hoor ik het nog een aantal keren. Soms gepaard met luid gehuil, soms gepaard met een harde, schelle gil, soms met een tik op m’n been met zijn drinkbeker die ik nog niet had gepakt. Of alles en daarbij nog een hele scene met dramatisch op de grond vallen enzo. Ja, het is me er eentje.

Ik ben bang dat ik eerlijk moet toegeven dat hij dat ongeduldige niet van een vreemde heeft. Als ik iets in mijn hoofd heb, moet het ook gebeuren. Het liefst gelijk. 😉

Vorige week in een preek werd me dit gevraagd:

“How many of us wants their prayers to be answered instantly?” vroeg Dawna DaSilva (gastspreker uit Amerika) ons.

Een simpele vraag door  die de hele zaal stil kreeg. Hebben we het geduld om gebed te laten zijn als een zaadje die we in de grond stoppen, water te geven, te laten ontspruiten, groeien en bloeien? Of willen we al die dingen die de oogst op z’n best maakt overslaan?

Inmiddels weet ik dat dat meestal niet kan. Of het nu om gebed gaat of iets anders dat ik wil. Veel dingen hebben simpelweg tijd nodig om duidelijk te worden of om zich te ontwikkelen als dat is wat God voor je heeft. Maar man-o-man, wat heb ik vaak zat zelf lopen trekken aan gras om het te laten groeien. Ging ik op eigen kracht net zo ver tot ik kapot was, of het gras. En dan had ik helemaal geduld nodig: om te herstellen en vanuit daar opnieuw te beginnen.

Jezus zei: “Je kan het Koninkrijk van God vergelijken met een man die zaad zaait. Dan gaat hij slapen en staat weer op, dag na dag. Intussen komt het zaad op. Het groeit, zonder dat de man weet hoe. De grond geeft vanzelf vrucht: eerst een halm, daarna een aar, daarna het graan in de aar. Zodra het graan rijp is, laat hij het maaien. Want dan is het tijd voor de oogst. Marcus 4:26-29

Ik vind de Bijbel hier zo mooi: de grond geeft vanzelf vrucht, zonder dat we precies weten hoe. En pas als het graan rijp is, dan pas is het tijd voor de oogst.

Tot die tijd kunnen we de grond maar beter voldoende water en voeding geven. Door tijd door te brengen met God en onze levens, noden en dromen in Zijn handen te blijven leggen in gebed. Want als vruchten niet rijp zijn, zijn ze eigenlijk niet te eten. Dat zou pas echt jammer zijn.

Foto: Elisabeth Lies, Unsplash

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.