“We hebben drie pannen soep,” lees ik terwijl ik na een lange dag in de auto stap. Het appje zorgt in een fractie van een seconde voor een stevige realitycheck. Want ja, als je soep krijgt van mensen om je heen, dan is het echt flink foute boel hè? Mijn gedachten gaan terug naar een paar weken geleden.

Met een brok in de keel lopen we de gang door. Achter de longarts aan, naar haar spreekkamer. Ik heb nog net tijd om te gaan zitten en mijn jas open te ritsen voordat ze van wal steekt. Het ‘worst-case scenario’ dat ze de vorige keer al liet doorschemeren, is toch echt het ‘real-case scenario’. Niks verwaarloosde longontsteking, niks COPD. Ook geen wonderbaarlijke verdwijning van de plekken die ze zag na de scan – daar had ik me een slag in de rondte voor gebeden, maar helaas.

Nee, het is longkanker. Kwaadaardig. Uitgezaaid. Medisch gezien is genezen geen mogelijkheid, behandeling is puur levensverlengend.

Bam.

Ik zie Alex wit wegtrekken. Daarna gaan zijn handen voor zijn gezicht en als hij ze weghaalt, kijkt hij met vochtige ogen naar de arts. Hij kijkt niet naar mij, want dan gaat het helemaal mis.

Ik kijk ook niet naar hem. “Helder blijven Peet,” spreek ik mezelf streng toe. “Dit is je eerste lesje ‘overeind blijven en de boel bij elkaar houden’. Je moet goed opslaan wat er gezegd wordt.” Ik bedenk nog net op tijd om de voicerecorder op mijn telefoon aan te zetten. Ik ga onmogelijk alles onthouden wat ze zegt.

Ik stel vragen die ik helemaal niet wil stellen. Zij geeft antwoorden die ze helemaal niet wil geven. Alles om het ook maar een beetje te kunnen vatten. Of we psychologische hulp willen voor de kinderen. Euh… ja doe maar. Als u het voorstelt, zullen we het wel nodig hebben.

De longarts twijfelt, zegt ze. Meteen beginnen met chemo? Nog niet alles is in kaart gebracht. Dat voelt voor haar als paniekvoetbal. Na wat overleg besluiten we toch maar te wachten. Voordeel is dat we dan nog – soort van – normale feestdagen kunnen hebben. Onze oudste en jongste nog een knallende verjaardag kunnen geven. Samen kunnen proosten op oudjaarsavond. “Kan het de laatste keer zijn, dat…?” Ik maak mijn vraag aan de longarts niet af.

Samen lopen we naar de ziekenhuisapotheek voor wat medicijnen. “Ik ga echt huilen hoor schat, maar nu nog niet. Eerst dit regelen,” hoor ik mezelf zeggen, voor het geval hij zich afvraagt waarom ik zo koel blijf.

In de auto maak ik een berichtje voor familie en vrienden. Niet veel later stromen de appjes binnen. En dan stromen ook mijn tranen. Ik registreer de reacties maar half, reageer netjes en regel ondertussen een middagje oppas.

“Laat Jezus nu maar terugkomen,” appt een vriendin. Onlangs vertelde ik mijn bijbelkring nog dat dat voor mij nog niet per se hoefde. We hadden alles net weer een beetje op de rit. We genoten van elkaar en van onze drie aapjes. Pakten weer wat hobby’s op. Klusten weer wat in ons toch al best mooie huis. Maar nu klinkt die wederkomst ineens verdraaide aanlokkelijk!

Ik kijk weer naar die glanzende pannen met soep. De ironie: ik ben zelf mijn glans behoorlijk kwijt.

Bijna tegelijkertijd besef ik dat die drie blinkende pannen wel een mooie metafoor zijn. We moeten blijven stralen, net als die pannen. Voor onze eigen drie uitblinkers! We hebben nog genoeg te genieten en te vieren, hoe dubbel dat op dit moment ook voelt.

Foto: Unsplash – annie-spratt

 

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.