Vlak voor zessen stuif ik de kinderopvang binnen. Terwijl ik de jongste zijn jas aantrek, komt zijn juf naar me toe.

‘Mag Jurre iets maken voor Vaderdag?’

‘Ik wilde het eerst even vragen,’ voegt ze toe. Er flitst een heel arsenaal aan gedachten door mijn hoofd. Wat attent van haar. Zou ze er tegenop gezien hebben om dit te vragen? Hij kan niet niets maken terwijl andere kinderen dat wel doen. Of zou het juist te confronterend voor hem zijn? Oh help, wat moet ik antwoorden?!

Mijn brein maakt overuren, lijkt het. Maar dat kan niet, want de klok geeft nog steeds een paar minuten voor zes aan. Uiteindelijk stamel ik: ‘Ja hoor, laat hem maar wat maken. Ik zie wel wat we er mee doen.’

Meteen baal ik van mijn antwoord: ‘Ik zie wel wat we er mee doen’. Seriously? De juf is zo dapper om mij dit te vragen en Jurre te helpen met een meesterwerk voor zijn vader en ik zeg dít? Ronduit lomp. ‘We kunnen het bij zijn graf brengen of in zijn herinneringskist doen’, vul ik maar snel aan. Ze knikt. ‘We gaan er wat moois van maken’, zegt ze terwijl ze Jurre een high five geeft.

Een week later. Het is opnieuw randje sluitingstijd als ik mijn mondkapje opzet en de opvang binnenloop. Na een dikke knuffel rent Jurre als een speer weer terug naar zijn ‘klas’. ‘Ik hep moois emaakt!’, schreeuwt hij nog. Ik loop hem achterna en zie hoe hij vol enthousiasme een pakje met zilverkleurig papier in zijn tas propt. Ineens weet ik het weer: iets voor Vaderdag.

Thuis krijg ik geen kans om voor te stellen te wachten tot Vaderdag. Met zijn jas nog aan scheurt hij het papier van zijn knutsel. Een prachtig geverfde houten stropdas met houten haakjes erin. ‘Voor papa sleutels!’, zegt hij gloeiend van trots. Na overleg met zijn zussen, hangen we het werkje en gedichtje aan de koelkast.

Het is weer zo’n confronterend moment, de zoveelste dit jaar. Ik krijg het zelfs lichtelijk benauwd, terwijl ik de broodtrommels in de vaatwasser stapel.

Vaderdag. Hoe zal het dit jaar gaan? Ik weet het niet.

Precies op Vaderdag moeten wij het al een heel jaar zonder papa doen. Op de dag af. Een jaar lang zonder zijn knuffels en kietelsessies. Wegkruipen in het holletje van zijn oksel, samen fietstochtjes maken, zijn tiramisu proeven, pastasaus met gehaktballen eten, opzettelijk knoeien met toetjes, Muppet-imitaties doen en potjes voetballen… Het kan niet meer. Wat moeten we nou met zo’n dag?

De kleine man komt naast me staan. ‘Mij papa is in de hemel. En in mij hart. En in de grond.’ Ik aai hem over zijn bol. ‘Mij papa is overal. Net als Jezus.’ Mijn zoon merkt niets van die naderende bijzondere datum. Elke dag heeft hij het nog over papa. Bijna elke avond bidt hij ‘God voor papa zorgen, ikke papa misser, ikke beetje drietig’. Dus wat maakt die ene dag dan anders? Ergens heeft hij gelijk, bedenk ik. Deze Vaderdag is niet anders dan de vorige. Of die dáárvoor. En ook niet als alle 364 niet-vaderdagen. Het gemis wordt op Vaderdag niet ineens meer of minder en het verdriet is niet ineens intenser of doffer.

Ook al is hij nog maar drie, hij heeft het wel begrepen. Zijn papa is nog elke dag overal. Het boeit hem niet of het al Vaderdag is of niet. Hoezo wachten, waarom bewaren? Gewoon uitpakken dat zelfgemaakte presentje. Want vandaag is het ook Vaderdag. En morgen. En overmorgen.

 

Tof dat je er bent!

Elke maandag bemoediging, inspiratie en een overzicht van de laatste blogs ontvangen?

 

Schrijf je in voor de Monday Maildate! 

 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal 5 keer per maand onze Monday Maildate en Maildate Special. Superleuk! Mocht je de mails toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je altijd uitschrijven.