We zitten aan tafel, met dampende bordjes ‘pasta met rode saus zonder dingetjes’ voor onze neus. En een bakje vla voor het nog steeds hongerige bekkie in de kinderstoel. De meisjes doen tussen de happen door ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’.  

Ik strooi kaas over Elin’s pasta, als ze ineens zegt: “Papa, je moet niet doodgaan hoor! En als je dat wel doet, dan…” Ze kan haar zin niet goed afmaken, maar de onmacht is door de felheid van haar stem goed hoorbaar.  

Slik. Mijn meisje van zeven, onze kleine serieuze denker. Ze heeft een paar dagen laten bezinken wat we haar verteld hebben, kwam af en toe een extra knuffel halen, maar besluit nu de confrontatie aan te gaan. Help! Kinderpsycholoog, waar ben je? We hebben de intake nog niet eens gehad.  

Ik zie Alex schrikken, terwijl ik in een split-second zoek naar een reactie. Haar een knuffel geven en zeggen dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. Zeggen dat papa altijd bij ons blijft. Dat is wat ik nu het allerliefste op deze wereld zou willen doen. Maar dat kan niet, want dan zou ik liegen. Ik besluit het bij de feiten te houden. ‘Lieverd, de dokters gaan heel erg hun best doen om te zorgen dat papa zich snel weer wat beter voelt.’ 

Toen we haar twee weken geleden vertelden wat er met papa aan de hand was, had ze dezelfde felheid. We hebben het K-woord toen niet genoemd, maar verteld dat papa dezelfde beestjes in zijn longen heeft, die oma in haar buik had. Haar reactie was toen ook treffend: “Ja. En oma is nu dood. Duhusss…” 

Dat papa medicijnen krijgt, die hem beroerd maken, is in haar wereld al helemaal slecht te verkroppen. Want medicijnen horen je beter te maken, niet zieker. Het is allemaal al lastig te bevatten voor onszelf, laat staan voor haar. 

“Als je ooit boos bent, of verdrietig, of bang, dan mag je het altijd zeggen he?” begin ik mijn poging om haar gerust te stellen. “Je mag naar papa of mama komen, naar de juf, maar ook naar de Here God gaan. Hij ziet jou altijd. En je mag ook huilen. Dat doen papa en mama soms ook.” Blijkbaar is dat te veel informatie, want ze blokkeert direct mijn monoloog. “Ik wil er nu niet meer over praten! Gaan we zo nog naar de supermarkt?” 

Terug aan tafel. Onze kleuter hoort het allemaal aan, propt nog een handvol kaas in haar mond en mompelt ondertussen: “Sellig in de hemel.” Ik reageer: “Wat zeg je, Nadia?” Ze herhaalt het voor me: “Het is gezellig in de hemel. Dichtbij Jezus! Oma Lenie is daar, oma Adrie, opa Aart, Sita de hond, papa mag daar best naartoe. Kunnen ze koffiedrinken!” 

Elin, nog niet overtuigd van het argument van haar zusje, kijkt Alex aan als ze ietwat benauwd zegt: “Maar, maar dan zie ik jou nooit meer…” 

Ik moet mijn tranen inmiddels tegen houden. Maar dit keer weet mijn sterke vent gelukkig wat hij moet zeggen. Hij antwoordt met een heldere stem: “Maar dan zie ik jou wel hoor!” 

Ik zie, Ik zie, wat jij niet ziet. God geeft mij steeds deze woorden, de afgelopen weken. Hij ziet, wat ik (nog) niet zie. Ik zie het soms even niet meer. Ik zie Hem soms even niet meer.  

Maar Hij ziet ons wel.

Foto: Unsplash – Taylor Boggs

 

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.