‘Mij plep!’ Ik kijk op en vang de vastberaden blik van mijn peuterzoon. Daar zit hij, armpjes over elkaar in de hoek van de bank. Op zijn beurt wendt hij de blik naar zijn vader en herhaalt zijn statement: ‘Mij plep!’  

Nu kijkt Alex me vragend aan. ‘Wat zegt hij nou? Deze ken ik nog niet.’ Ik kijk bedenkelijk. ‘Ik ook niet, maar ik denk dat hij vindt dat dat zijn plek is,’ antwoord ik. ‘Dat zal best,’ bromt Alex terwijl hij met een grote zwaai een spartelende Jurre uit de hoek vist.

‘Mijn plek, vent. Jij mag naast papa zitten.’  

Een glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik die twee samen zie. In het hoekje van de bank, vader en zoon. Voor hen allebei het belangrijkste plekje. Maar het tafereel zet me ook aan het denken. Hoe belangrijk het vaak is voor kinderen om een eigen plekje te hebben. Iets wat van hen is, waar zij de controle over hebben. Hun eigen kamer, een speelhoekje of in het geval van Jurre: het hoekje van de bank. Ik bedenk me hoe vaak dat plekje bedreigd wordt door een broer of zus, of in dit geval een papa die een ander plan met dat geliefde plekje heeftHet kind verliest de strijd en is zijn plekje kwijt.  

Ik realiseer me dat niet alleen kinderen die behoefte hebben naar een eigen plek. Als ik naar mezelf kijk, ben ik net zo. Ik ben nooit heel honkvast geweest, ik kon overal wel aarden. Dat veranderde toen ik moeder werd. En zeker nu Alex ongeneeslijk ziek is, is die eigen plek voor mij ineens veel belangrijker.  

Dit huis is mijn huis, het zijn mijn kinderen. Alex is mijn kerel. Dat alles samen is ‘mijn plek’. Er mag niets van weg, het is compleet zo. En als iets van mij is, dan blijft het van mij. Dat werkt dus niet alleen bij peuters zo, maar ook in mijn hoofd.  

En dan wordt dat fijne plekje dat ik heb gemaakt ineens bedreigd, omdat Iemand anders ook een plan heeft met dat plekje. Een deel van dat plekje moet ik straks inleveren. Ik zie de bui al hangen. Ik ga, net als mijn peuter, deze strijd verliezen. Omdat mijn Vader andere plannen heeft.  

Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven. 
Jeremia 29:11
 

Deze tekst spookt al een tijdje door mijn hoofd. Ik vond het altijd een prachtige tekst, vol houvast. Maar nu rammelt hij voor mij aan alle kanten.  

Ik heb jullie geluk voor ogenhoe dan? Waarom word ik uit mijn hoekje op de bank getrokken? Wat is dan mijn plek? Wat is dan Zijn plan? Hoe heeft Hij voor mij een hoopvolle toekomst in gedachten, als ik mijn plek niet meer mag delen met mijn lief?  

Als ik de tekst zo lees, zou ik eigenlijk hoopvol uit moeten kijken naar wat God voor me in petto heeft. Maar het voelt op dit moment als een flinke afknapper.  

Ik zie het zo voor me: God vist me al spartelend uit mijn hoekje. ‘Dit is Mijn plek, Peet. Jij mag naast Papa zitten.’ Met gemengde gevoelens kruip ik naast Hem. Hij slaat een arm om me heen. Dat geeft wel wat houvast. Maar Papa, mag ik alsjeblieft, alsjebliehieft, ooit wel weer mijn eigen plek terug?

 

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat* krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)
*Je geeeft ons toestemming maximaal twee keer per maand een update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. 

Het is gelukt! Je ontvangt nu maximaal twee keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je ze toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.