Met een snelheid waar Ireen Wüst jaloers op is, glij ik op m’n sokken door onze woonkamer. Met in mijn ene hand een aap en in de andere een blauwe beestenboel. Het zijn de tassen van de jongens. Ik zet ze op de tafel en stop in de blauwe een setje kleding en twee drinkbekers, een fruitbakje en een broodtrommel in de aap.

Had hij vandaag nou gym? En moet hij dan ook nog gymkleding mee? Z’n gymschoenen zijn gewoon op school. Ik hoor hem eigenlijk nooit over gym. Zijn ze er al mee begonnen? 

M’n gedachten volgen m’n weg langs de ontbijttafel. Bordjes stapel ik als een acrobaat in één hand met twee tegelijk, de messen er bovenop. In mijn andere hand de zak brood, de kaas en de chocopasta. Onderweg naar de keuken kijk ik naar de klok. Nog 10 minuten. Kak. Ik heb zelf nog niet eens m’n brood op. Terug bij de tafel neem ik m’n laatste slok koffie, stop ik m’n broodje in een plastic zakje en delegeer ik een aantal opruimtaken naar manlief.

“Heb je nou nog je pyjama aan Mads? En wat heb jij in je mond? Spuug maar snel dat stukje Lego uit Jesse. Kom op Mads, aankleden.”

Ik weet niet wat het is, maar als ik in de buurt ben kan hij helemaal niets zelf. Terwijl hij op school zelf z’n jas aan doet, dicht doet, z’n schoenen aan doet, z’n sjaal goed om krijgt en zelfs de gaten van z’n handschoenen zelfstandig aan de juiste vingers weet te krijgen. Raar hè?

Op de hoek van de bank kleed ik Mads en Jesse in recordtempo aan.

“Hier, even je tanden poetsen. Doe je zelf je trui even aan? En zijn je handen schoon? Even wassen hè, je hebt net geplast,” instrueer ik Mads.

Het makkelijke aan Jesse is dat ik hem nog helemaal zelf aan kan kleden als het moet. Hij wil steeds meer zelf doen, maar ik kan hem nog gewoon oppakken en neerzetten. Of in de houdgreep houden om zijn schoenen aan te doen als de tijd echt begint te dringen. Bij Mads lukt dat niet meer. Maar alles zelf doen lukt hem ook niet. Zelf proberen moet hij zeker weten. Maar meestal nét op die momenten dat het tijd-technisch niet uitkomt. Bijzonder altijd hè?

Hoe dan ook. Terwijl de jongens met hun jassen en schoenen aan klaar staan in de gang, ruik ik bij het strikken van mijn schoenveters dat nu gelijk de deur uitlopen niet gaat gebeuren. Jesse kijkt me met grote blije ogen aan als ik opkijk. “Poepie mama, schone luier.” Natuurlijk ook dat nog.

Het is zo’n luier die je net te laat opmerkt en waarbij de poep overal tussen is gaan zitten en je met meer dan 3 doekjes nog niet alles wegkrijgt en de romper moet verschonen. Waarbij je eigenlijk eerst het liefst een douchestraal op die billen wilt zetten. Maar ja, de tijd. Ik poets zo goed als het lukt alles schoon en doe hem een schone luier om. Z’n broek en schoenen gaan gelukkig in een vloeiende beweging mee. We kunnen eindelijk die auto in.

Als ik wegrijd voel ik m’n maag. Het plastic zakje met m’n broodje zit in m’n jaszak. Ik haal het uit eruit en manoeuvreer met één hand het in elkaar geplette broodje uit het zakje. En terwijl ik het in mijn mond stop denk ik: heb ik eigenlijk mijn handen wel gewassen na het verschonen van die luier?

Dit soort gebeurtenissen vinden wij niet raar, en ook niet heel bijzonder. This is called momlife. 😉

Foto: unsplash

Daniëlle Koudijs

| Oprichtster van Power to the Mama’s | Moeder van twee | Getrouwd met Jos | Liefhebber van dure Italiaanse wijn | Ondernemend | Houdt van schrijven en aanbidden |

Nee, we gaan je niet spammen. Echt niet. Als je jouw e-mail achterlaat krijg je de tofste updates als eerste toegestuurd. Beloofd! Wil jij ze ontvangen? :-)

Het is gelukt! Check nog wel even je spambox. Dikke kans dat je daar de bevestiging vindt. Nog wel even lezen voordat je hem wist. ;-)