‘Als je nu je kleren weer uittrekt, dan zit je straks in je romper op de fiets.’ Terwijl ik deze woorden met kracht uitspreek tegen mijn 2-jarige peuter, kan ik vervolgens een lach niet onderdrukken. Dat staat je moederhart nooit toe, Nadine. Buiten is het waterkoud, het miezert een beetje en ik heb haar zojuist onder haar jurk een witte romper met korte mouwen aangetrokken. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt haar zo naar buiten te laten gaan.

De uitspraak geeft mijn onmacht weer.
Ik. Trek. Dit. Niet.
De terrible two-fase is aangebroken.

Er is voortdurend strijd in huis. Om werkelijk alles. Het begint bij het opstaan en aankleden. Heb ik Sara net in de kleren gehesen en haar al laten kiezen tussen een jurkje of een broek, is het toch allemaal niet goed. In de driftbui die volgt, pakt ze zelf een krukje om uit haar kledingkast van de bovenste plank het inmiddels vale Nijntje-shirt te pakken dat door haar recente groeispurt een naveltruitje is geworden en veel te korte mouwen heeft. Ze trekt er een legging bij aan die doorschijnt en wil geen rokje aan.

Omdat de dag nog maar net begonnen is en mijn lontje eigenlijk nu al opgebrand, laat ik haar maar even en gaan we naar beneden voor ontbijt. Daar wil mevrouw ineens geen pap meer, maar een beschuitje. Ik zucht, smeer een beschuit en denk: hoe houd ik het leuk?

Ik houd het niet leuk en ik houd het ook zo niet vol, merk ik. Als ik even later bij het consultatiebureau ben met Jasper omdat hij twee prikken moet, is bij mij maar één heel klein prikje nodig als de verpleegkundige vraagt: ‘Met Jasper gaat het zo te zien goed, en hoe is het dan met jou?’

Ik breek. De sluizen gaan open. ‘Doe je mondkapje maar even af, dat is zo lastig met huilen,’ zegt ze. Ik vertel hoe het gaat en dat ik de driftbuien van Sara lastig vind. Ik ben gewoon geen ster in confrontaties en kan er slecht tegen als Sara verdrietig is. En, verzucht ik, ik voel me een slechte moeder omdat ik op dit moment soms liever op mijn werk ben dan thuis.

De verpleegkundige laat me praten. En zegt vervolgens dat ze het begrijpt en ook herkent in de opvoeding van haar eigen drie kinderen. Als ik even later mijn mental breakdown deel in een app-groep met andere moeders, ervaar ik daar ook veel steun. Wat fijn, zoveel herkenning en erkenning. Alleen daardoor voel ik me al een stuk lichter in mijn hoofd en denk ik dat ik het thuis weer aankan.

Met de verpleegkundige van het consultatiebureau bespreek ik nog een aantal praktische tips om toe te passen. Ik mag grenzen stellen, omdat dat op de lange termijn beter voor haar is. Het gevoel van ongemak dat ik daarbij ervaar, is tijdelijk. Wat ik niet wist, is dat dit ook gewoon in de Bijbel staat! In Hebreeën 12:11 staat:

“Als Hij ons bestraft, is dat op het moment zelf niet fijn, maar pijnlijk. Maar uiteindelijk levert het iets goeds op.”

En een paar verzen eerder lees ik:

“Want Hij doet dat omdat Hij van je houdt en omdat je zijn kind bent geworden. God behandelt jullie dus als zijn kinderen. En elk kind wordt toch door zijn vader opgevoed en bestraft? Als je niet [door Hem] opgevoed en bestraft wordt, ben je kennelijk niet zíjn kind, maar het kind van iemand anders.”

Ik stel die grenzen omdat ik zo ontzettend veel van Sara hou. Op welke manier ik dat doe en welke keuze ik haar daarin geef om zichzelf te ontdekken, is nog een kwestie van trial and error. In haar romper op de fiets gaat ze trouwens sowieso niet. Een nieuwe warme winterjas tevoorschijn toveren, doet wonderen. Ik slaak een zucht van opluchting. Voor dit moment is de kou uit de lucht.

 

YES! Als je jouw e-mail achterlaat*, krijg je een gratis e-book met een reflectie tool waarmee 2021 lekker kan beginnen!

*Je geeft ons toestemming maximaal drie keer per maand een Update te sturen naar het door jou opgegeven e-mailadres. Uitschrijven kan altijd. 

Het is gelukt! Je ontvangt zo gelijk het e-book in je mailbox en maximaal drie keer paar maand onze updates. Superleuk! Mocht je de Updates toch niet meer willen ontvangen, dan kun je je via de nieuwsbrief uitschrijven.